VERKEER · GROEP 8 · LES 2
Op weg naar de brugklas
Een nieuwe route - en jij bent zelf aan zet.
Les van Veilig in het verkeer
In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
VERKEER · GROEP 8 · LES 2
Op weg naar de brugklas
Een nieuwe route - en jij bent zelf aan zet.
Les 2 van groep 8 en de laatste les van de leerlijn verkeer. Volgend jaar fietsen of reizen de meeste leerlingen zelfstandig naar een nieuwe school: verder weg, drukker, en in de winter in het donker. Deze les gaat over de route, afleiding, fietsen met vrienden, zichtbaar zijn en de bus. Aan het eind kijk je samen terug op de hele leerlijn van groep 1 tot 8.
Dit ga je leren
Je kan aanwijzen waar je op je route extra moet opletten.
Je kan opnoemen wat je afleidt op de fiets.
Je kan uitleggen wanneer je naast elkaar of achter elkaar fietst.
Je kan beschrijven hoe je in het donker en bij de bus veilig blijft.
Lees de vier doelen samen voor. Vertel: dit is de laatste verkeersles van de basisschool. Volgend jaar ga je zelf naar een nieuwe school.
Zo controleer je de doelen. Waar je extra moet opletten: de routekaart (slide 4 en 5) en de redeneervraag (slide 14). Wat je afleidt: slide 6 tot en met 8. Naast elkaar of achter elkaar: slide 9 en 10, en de redeneervraag. In het donker en bij de bus: slide 11 tot en met 13.
Kom aan het eind van de les terug op deze slide: welk doel lukt al? Welk nog niet?
Op de fiets
Met de bus, tram of trein
Lopend
Weet ik nog niet
Hoe ga jij straks naar je nieuwe school?
Activering: geen goed of fout. Vraag door: hoe ver is het, denk je? Ken je de route al? Fiets je samen met iemand? Leerlingen die met de bus of tram gaan, komen straks ook aan bod.
Welke route kies jij naar je nieuwe school?
Route A
Route B
Laat de leerlingen eerst rustig naar de kaart kijken. Route A (oranje) duurt 12 minuten en gaat over de drukke weg. Route B (blauw) duurt 15 minuten en gaat over fietspaden door het park. Laat iedereen kiezen en vraag daarna een paar kinderen waarom.
Er is geen goed of fout: je mag de kortste route kiezen. Wel moet je dan weten waar het druk of lastig is, en daar extra opletten. Op de volgende slide ontdekken jullie samen waar dat is.
Waar moet je extra opletten?
Route A: geen fietspad. Je fietst tussen auto's en vrachtwagens.
Route A: linksaf over een drukke weg, zonder verkeerslicht.
Route B: een fietspad door het park. Hier rijden geen auto's.
Route B: je steekt de drukke weg over bij een verkeerslicht.
Tik op de kaart.
Waar moet je op elke route extra opletten? Laat kinderen om de beurt op de kaart tikken: er verschijnt een tekstvak. Nog een keer tikken haalt het weer weg.
Je kunt tikken op de vrachtwagen op de drukke weg, de kruising waar route A linksaf gaat, het fietspad in het park en het verkeerslicht.
Route A is korter, maar je fietst op de rijbaan van een drukke weg, tussen auto's, een bus en vrachtwagens (denk aan de dode hoek van vorige les). Daarna ga je linksaf over die drukke weg, zonder verkeerslicht. Kies je route A, dan let je daar extra op: houd afstand van vrachtwagens en steek pas over als het echt kan.
Route B is drie minuten langer, maar je fietst bijna alleen op fietspaden en je steekt over bij een verkeerslicht. Daar is minder om op te letten.
De route naar de middelbare school is vaak langer dan die naar de basisschool, met grotere kruisingen, meer verkeer en in de winter fiets je 's ochtends in het donker. Daarom: oefen je route vooraf, bijvoorbeeld in de zomervakantie, samen met een volwassene. Vraag: welke route fietsen oudere broers of zussen? Waarom kiezen zij die route?
Welke route kies jij nú naar je nieuwe school?
Route A
Route B
De leerlingen krijgen nog een keer dezelfde vraag.
Heeft het bekijken van de route en het bespreken van de lastige verkeerspunten hun mening laten veranderen?
Vraag de leerlingen waarom zij van mening veranderd zijn.
Wat leidt je af?
Zien
Je kijkt naar je scherm, niet naar de weg.
Je telefoon vasthouden op de fiets is verboden.
Horen
Met een koptelefoon op hoor je geen bel of sirene.
Lol maken
Je kletst en kijkt naar je vrienden, niet naar de weg.
Klik op een plaatje.
Even 2 tellen mijn telefoon checken kan toch geen kwaad?
Drie dingen die je afleiden op de fiets. Laat de kinderen eerst raden wat bij elk plaatje hoort, en tik dan op het plaatje: de uitleg verschijnt.
Zien: je ogen zijn niet op de weg. Je kijkt op je telefoon, of je zoekt een liedje.
Horen: met een koptelefoon op hoor je een fietsbel, een claxon of een sirene niet of te laat. Ook een koptelefoon zonder muziek (noise cancelling) houdt het geluid van het verkeer tegen. Daarom: geen koptelefoon op tijdens het fietsen.
Lol maken met vrienden: je kletst, je lacht en je kijkt naar elkaar in plaats van naar de weg. Je let minder op en volgt de rest. Lol hebben mag, maar houd je ogen op de weg en blijf zelf kijken.
De regel: sinds 1 juli 2019 mag je op de fiets je telefoon niet vasthouden, ook niet even. Wie dat toch doet, kan een boete krijgen. Wil je je telefoon gebruiken? Stop dan eerst op een veilige plek. Image credit: Noto Emoji (Google), Apache-licentie 2.0
Je kijkt 2 tellen op je telefoon. Hoe ver fiets je dan?
Laat de kinderen eerst schatten: hoe ver fiets je als je 2 tellen op je telefoon kijkt? Een meter? Drie meter? Laat een paar kinderen hun schatting op de meterlat aanwijzen.
Klik: het gifje start. De fietser kijkt 2 tellen op het scherm en fietst intussen ruim 8 meter door, zonder naar de weg te kijken.
Uitleg: op de fiets ga je ongeveer 15 kilometer per uur. Dat is ruim 4 meter per seconde. Twee tellen kijken is dus ongeveer 8 meter blind fietsen, ongeveer de lengte van twee auto's achter elkaar. Vraag: wat kan er in die 8 meter gebeuren? Een auto die uit een uitrit komt, een kind dat oversteekt, een fietser die remt.
Ervaren:
Ga naar de gymzaal en leg hoge matten klaar, hang de touwen uit, of leg andere obstakels naar waar leerlingen tegenaan kunnen lopen zonder zich pijn te doen.
Blinddoek de helft van de klas en laat de andere helft deze leerlingen ergens neerzetten. De leerlingen gaan lopen en tellen twee tellen.
Lopen ze ergens tegen aan? Hoe onveilig voelt dit? Was je onzeker, hield je je handen voor je uit?
Gek toch? Dan snap je wel dat op je telefoon kijken op de fiets heel gevaarlijk kan zijn! Op straat zijn de obstakels niet zacht!
Let je goed op, of leidt het je af? Sleep elke zin.
Zo let je op
Dit leidt je af
Laat kinderen om de beurt een zin slepen en hardop zeggen waarom.
Zo let je op: je telefoon zit in je tas, dan word je niet verleid om te kijken. Wil je appen of je route opzoeken, dan stop je eerst op een veilige plek, niet midden op het fietspad. Je hebt je route al geoefend, dus je hoeft onderweg niet te zoeken.
Dit leidt je af: een appje lezen op de fiets (zien, en vasthouden is verboden). Een koptelefoon op (horen, ook zonder muziek). Lol maken met je vrienden: je kijkt naar elkaar, niet naar de weg.
Verwachte fout: lol maken bij "zo let je op" leggen, "want dan ben je niet met je telefoon bezig". Bespreek: ook kletsen en lachen haalt je ogen van de weg. Lol hebben mag, maar blijf zelf kijken.
Je fietst met twee vrienden op een smal fietspad. Er komt iemand aan. Wat doen jullie?
We blijven gewoon naast elkaar.
We gaan achter elkaar fietsen.
We bellen naar de tegenligger.
Laat de kinderen eerst goed kijken: hoe fietsen de drie vrienden? Wie komt er aan, en aan welke kant? De tegenligger fietst netjes rechts, en komt dus recht op jou af.
Goed: achter elkaar gaan fietsen. Het fietspad is smal en er komt iemand tegemoet. Dan ga je achter elkaar, zodat er genoeg ruimte is om elkaar te passeren.
Verwachte fout: naast elkaar blijven ("wij waren er eerst") of bellen. Wie er het eerst was, maakt niet uit, en bellen geeft je geen voorrang. Op de volgende slide zie je wanneer naast elkaar mag.
Mag dit?
Klik op de fietsers.
Mag: met z'n tweeën naast elkaar.
Mag niet: met z'n drieën naast elkaar.
Mag altijd. Druk of smal? Dan moet het.
Drie fietspaden van bovenaf. Vraag bij elk plaatje: mag dit? Laat de klas eerst duim omhoog of omlaag doen, en tik dan op het plaatje: het antwoord verschijnt.
Links: twee vrienden naast elkaar, dat mag. Midden: drie naast elkaar, dat mag nooit, ook niet als het rustig is. Rechts: drie achter elkaar, dat mag altijd. Het moet als het druk of smal is, of als iemand wil inhalen of tegemoet komt.
In een groep let je minder op: je praat, je kijkt naar elkaar en je volgt de voorste fietser ("die keek toch al"). Afspraak: iedereen kijkt zelf, ook in een groep. Je bent zelf verantwoordelijk.
Het is donker. Wie zie jij het eerst?
Licht aan en een hesje: jij ziet mij al van ver.
Donkere jas, geen licht: jij ziet mij pas vlak voor je.
De bestuurder ziet in het donker veel minder dan overdag.
Tik op de hotspots.
In de winter fiets je 's ochtends vaak in het donker of de schemer. Vraag eerst: wie zie jij het eerst? Laat de kinderen zoeken: er rijden twee fietsers op het fietspad. Veel kinderen zien de tweede fietser pas na een tijdje.
Laat kinderen daarna op de plaat tikken: op de fietser met het hesje, op de fietser in de donkere jas en op de auto. Nog een keer tikken haalt het kaartje weg.
Ongeveer: in donkere kleren zie je iemand in het donker pas op zo'n 25 meter, in lichte kleren op zo'n 50 meter, en met een hesje of reflecterende strepen al op zo'n 150 meter. Een auto heeft dan veel meer tijd om te remmen.
Fietsverlichting (herhaling van groep 4 en 5): voorlicht wit of geel, achterlicht rood, en ze mogen niet knipperen. Losse lampjes op je jas of tas mogen ook. Verplicht zijn ook een rode reflector achter, reflectie op de wielen en gele reflectoren op de trappers. Een hesje is niet verplicht, maar je wordt er veel eerder door gezien. Check in de herfst je verlichting: straks fiets je verder, en langer in het donker.
Je stapt uit de bus en wilt naar de overkant. Wat doe jij?
klik op de afbeelding
om te vergroten
Ik loop achter de bus langs.
Ik loop snel vóór de bus langs.
Ik wacht tot de bus weg is.
Voor leerlingen die straks met de bus of tram gaan, maar ook fietsers en lopers hebben ermee te maken. Laat de kinderen eerst kiezen en daarna uitleggen waarom.
Goed: wachten tot de bus weg is. Pas dan zie je de weg goed, en ziet het verkeer jou. Op de volgende slide ontdekken jullie samen wat er misgaat als je vóór of achter de bus langs loopt.
Wat gebeurt er als je nu oversteekt?
Vóór de bus langs? Deze auto zie jij niet: de bus staat ervoor.
Achter de bus langs? Dan loop je zo voor deze auto.
Uitstappen? Kijk eerst of er een fietser aankomt.
Wacht tot de bus weg is. Dan zie jij alles, en ziet iedereen jou.
Tik op de plaat.
Jij bent net uitgestapt en staat op het perron. Laat leerlingen om de beurt op de plaat tikken: op de blauwe auto, de rode auto, de fietser en op jij. Nog een keer tikken haalt het kaartje weg.
Vóór de bus langs: de bus staat tussen jou en de blauwe auto die van rechts komt. Jij ziet de auto niet, en de bestuurder ziet jou pas als je vlak voor de bus vandaan stapt. Achter de bus langs: de rode auto staat achter de bus en rijdt door zodra de bus vertrekt, of haalt de bus in. Een bus heeft ook een dode hoek, net als een vrachtwagen.
Uitstappen: bushaltes liggen vaak vlak naast een fietspad. Kijk eerst of er een fietser aankomt voordat je het fietspad oploopt.
Bij de halte: wacht een stap van de rand van de stoep of het perron, want een bus komt dicht langs de rand. Loop pas naar de deur als de bus helemaal stilstaat.
Winter, donker, een smalle weg. Je fietst met twee vrienden. Wat doen jullie en waarom?
Redeneervraag: laat leerlingen hun keuze uitleggen met "omdat". Een goed antwoord bevat: achter elkaar fietsen (smal), licht aan en eventueel een hesje (donker), telefoon in de tas en geen koptelefoon op, zelf blijven opletten en niet alleen de voorste volgen, en afstand houden van grote voertuigen.
Verwachte fout: alleen "goed opletten" zonder te zeggen wat je doet, of "naast elkaar, dan kunnen we praten". Vraag door: wat ziet een automobilist van jullie in het donker? Wat doe je als er iemand tegemoet komt?
Doe-opdracht: fiets je nieuwe route
Zoek thuis op de kaart je route. Waar is het druk of lastig?
Fiets de route in de zomer een keer samen met een volwassene.
Schrijf de 3 lastigste punten op. Wat doe jij daar?
Fiets hem ook een keer op het drukke tijdstip dat je school begint.
Print voor deze opdracht het werkblad 'Mijn route naar de brugklas.
Huiswerk voor thuis of de zomervakantie. Laat leerlingen hun drie lastige punten op een kaartje of in een routeplanner zetten en na een week vertellen wat ze gezien hebben.
Leerlingen die met de bus, tram of trein gaan: oefen de reis een keer, ook het stuk lopen of fietsen naar de halte.
Veel gemeenten en VVN-afdelingen hebben tips of een routeplanner voor de schoolroute. Vraag bij je gemeente na wat er bij jullie is.
Jouw reis van groep 1 tot 8
Tik op een groep.
1-2
Groep 1-2
Les 1: veilig over straat
Les 2: Zie je mij?
3
Groep 3
Les 1: Oversteken
Les 2: Wie werkt er in het verkeer?
4
Groep 4
Les 1: Wie rijdt waar
Les 2: Zien en gezien worden
5
Groep 5
Les 1: Borden
Les 2: Je veilige fiets
6
Groep 6
Les 1: Wie gaat er eerst
Les 2: Afslaan en de rotonde
7
Groep 7
Les 1: Het verkeersexamen
Les 2: Je examenroute
8
Groep 8
Les 1: De dode hoek
Les 2: Op weg naar
de brugklas
Op naar de brugklas!
Terugblik op de hele leerlijn. Laat kinderen om de beurt op een groep tikken: er verschijnt wat jullie in die groep leerden. Vraag bij elke stap: wat weet je daar nog van? Wat doe je nu nog elke dag?
Groep 1-2: veilig over straat (stoep, stoeprand, oversteken) en zie je mij (licht, hesje, helm en vlaggetje). Groep 3: oversteken zonder zebrapad, en wie er werkt in het verkeer. Groep 4: wie rijdt waar (stoep, fietspad, rijbaan), zien en gezien worden. Groep 5: verkeersborden, en je veilige fiets. Groep 6: voorrang, afslaan en de rotonde. Groep 7: het verkeersexamen en je examenroute. Groep 8: de dode hoek, en op weg naar de brugklas.
Van een kleuter aan de hand van een volwassene naar een fietser die zelf zijn route kiest: jij bent nu zelf verantwoordelijk.
Welke verkeerstip neem jij mee naar de brugklas?
Exit ticket en afsluiting van de leerlijn. Laat elke leerling een tip opschrijven en uitleggen waarom die belangrijk is.
Verwachte antwoorden: oefen je route en weet waar je moet opletten, telefoon in je tas, geen koptelefoon op, licht aan, achter elkaar als het smal is, wacht tot de bus weg is, rechts achter een vrachtwagen blijven. Bespreek de tips die het vaakst terugkomen en kom terug op de leerdoelen (slide 2).
Verkeerswoorden
de schoolroute - de weg van huis naar school; weet waar je extra moet opletten
afleiding - iets wat je aandacht van het verkeer weghaalt: je telefoon, een koptelefoon, lol maken
vasthouden - je telefoon vasthouden op de fiets is verboden
naast elkaar - met twee mag; druk of smal? achter elkaar
zichtbaar zijn - licht aan, reflectoren, lichte kleren of een hesje
de halte - wacht tot de bus weg is voordat je oversteekt
Deze slide heeft geen instructies
VERKEER · GROEP 8
Goed gedaan!
De verkeerslessen van groep 8
L E S 1
De dode hoek
L E S 2 · D E Z E L E S
Op weg naar de brugklas
Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?
Kijk op de kanaalstart van Veilig in het verkeer.
Slotslide van groep 8, les 1: De dode hoek. Les 2, Op weg naar de brugklas, kun je nog geven. Onder de verwijzing is ruimte voor de link naar de kanaalstart van Veilig in het verkeer, met alle lessen voor groep 1 tot en met 8.